In deze zaak is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd waartegen beroep is ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de sanctie vernietigd, maar geen proceskostenvergoeding toegekend. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunten toe te lichten. De gemachtigde van betrokkene verzocht om niet-ontvankelijkverklaring en toekenning van proceskostenvergoeding over de administratieve fase. De officier van justitie erkende dat de boete was vernietigd, maar stelde dat het beroep niet was ingetrokken vanwege het ontbreken van een antwoordkaart.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde de beslissing van de officier van justitie op het verzoek tot proceskostenvergoeding. Vervolgens wees de kantonrechter een vergoeding toe voor de kosten van het administratief beroepschrift en het beroep bij de kantonrechter, begroot op € 1.392,25. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 21 mei 2025 te Gouda.