Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[leningnemer 1] te [woonplaats] ,2. [leningnemer 2] te [woonplaats] ,
1.[leningnemer 1] te [woonplaats] ,2. [leningnemer 2] te [woonplaats] ,
1.Samenvatting
2.De procedure
- de dagvaarding van 16 juli 2024, met producties 1 tot en met 6;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties 1 en 2;
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring, zonder producties;
- het vonnis in incident van 13 november 2024, waarin een oproeping in vrijwaring is toegestaan;
- de conclusie van antwoord van 8 januari 2025, met producties 1 en 2;
- de rolbeslissing van 29 januari 2025, waarin de termijn voor dagvaarding in vrijwaring is verlengd.
- de dagvaarding van 4 februari 2025, met producties 1 tot en met 4;
- het ter rolzitting van 12 februari 2025 tegen de Makelaar verleende verstek.
- i) zijn aanwezigheid tijdens de zitting het tegen hem verleende verstek in de vrijwaringszaak niet zuivert, omdat hij daarvoor tijdig bij advocaat had moeten verschijnen en griffierecht had moeten betalen;
- ii) hij als toehoorder aanwezig kan zijn bij de (openbare) zitting en desgevraagd een toelichting kan geven, maar dat de rechtbank geen stukken van hem in ontvangst kan nemen, omdat hij niet in de procedure in vrijwaring is verschenen en;
- iii) hem gewezen op de mogelijkheid van het instellen van verzet tegen het verstekvonnis in de vrijwaringszaak.
3.De feiten in beide zaken
Aanbet. / verstrekking Hyp. [adres] , [postcode] [plaats] (…)”.
1e Hyp. [adres] , [postcode] [plaats] (…)”.
[de bestuurder
], (…);
groot vijftigduizend euro (€ 50.000,00), hierna te noemen ‘de hoofdsom’.
[notaris], notaris te Den Haag, is door de schuldenaar gebruikt voor de betaling van de waarborgsom van het navolgende registergoed:
Looptijd
één jaar, die eindigt op 25 november 2022.
Rente
Aflossing
niet periodiekte worden afgelost.
Algehele aflossing van de (restant-)hoofdsom dient uiterlijk plaats te hebben op één november tweeduizendtweeëntwintig. (…).
Opeisbaarheid
4.Het geschil
5.De beoordeling in de hoofdzaak
dat hij zich niet kan voorstellen dat de Makelaar dit niet heeft gedaan”. De Makelaar heeft ter zitting bevestigd dat hij de lening voor de Leningnemer aan [bedrijf] zou terugbetalen en heeft verteld dat hij dit contant heeft gedaan. Wanneer en hoe precies hij dit zou hebben gedaan, is ook na vragen van de rechtbank onduidelijk gebleven.
Kamerstukken II2009/10, 32 339, nr. 3, p. 13). Van een type krediet waarvoor zulke beschermende eisen gelden, is hier geen sprake.
begon te relaxen” toen hij een jaar later nog niet over de lening was aangeschreven. Tot die tijd liep hij naar eigen zeggen “
op stekels”, omdat hij wist dat er boetes bij zouden komen als de lening niet op tijd was terugbetaald. Pas toen er een deurwaarder bij hem voor de deur stond, heeft de Leningnemer aan de Makelaar gevraagd hoe het zat en of hij de lening wel echt voor hem had terugbetaald. De Makelaar vertelde hem toen dat hij dit had gedaan; hij heeft de Leningnemer het telefoonnummer van de bestuurder van [bedrijf] gegeven. Pas toen kwam de Leningnemer erachter dat die bestuurder eind 2022 was overleden. De huidige bestuurder van [bedrijf] wilde bewijs zien dat de lening was terugbetaald, maar dat bewijs was er niet, zo vertelde de Leningnemer. Uit dit betoog van de Leningnemer maakt de rechtbank op dat hij heeft getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de Makelaar en dat hij niet zeker wist of de Makelaar hun afspraak wel zou nakomen; toch heeft de Leningnemer alles op zijn beloop gelaten, zonder na te gaan of de Makelaar het door hem geleende geld aan [bedrijf] had terugbetaald.
isnagekomen.