Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende de toekenning van een WIA-uitkering. Na een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief een herbeoordeling door een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b), werd vastgesteld dat eiseres gedeeltelijk arbeidsongeschikt is met een urenbeperking van zes uur per dag. De rechtbank oordeelt dat het medische onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd en dat de arbeidskundige beoordeling passend is.
Eiseres voerde aan dat de verzekeringsarts b&b onvoldoende rekening had gehouden met haar ernstige slaapstoornis, EMDR-therapie, chronische pijnsyndroom, psychische klachten en bekkenbodemproblematiek. De rechtbank stelt echter vast dat deze klachten zijn betrokken bij de beoordeling en dat de verzekeringsarts b&b zijn oordeel deugdelijk heeft gemotiveerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft eiseres een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsfase. De rechtbank constateert een overschrijding van acht maanden en veroordeelt verweerder en de Staat tot betaling van een vergoeding van respectievelijk €375 en €625, alsmede proceskosten. Het vonnis is uitgesproken door rechter M.P. Verloop op 12 juni 2025.