ECLI:NL:RBDHA:2025:11103
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker diende op 19 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd op 5 december 2023 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van vrijstelling van het mvv-vereiste.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Voordat de voorzieningenrechter hierop kon beslissen, nam de minister op 27 november 2024 een besluit op het bezwaar. Verzoeker stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit op 23 december 2024.
De voorzieningenrechter stelde het verzoek om voorlopige voorziening gelijk met het beroep en besloot geen zitting te houden. Op 16 april 2025 deed de rechtbank uitspraak op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en bepaalde dat de minister de proceskosten niet hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.