ECLI:NL:RBDHA:2025:11112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 17 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, gezien de eerdere illegale binnenkomst van eiser via Spanje en de afname van vingerafdrukken daar.
Eiser voerde aan dat hij gevaar loopt in Spanje omdat personen die hem in Afrika bedreigen ook daar actief zijn, en dat hij in Spanje geen medische zorg kreeg. Hij stelde dat de minister zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Spanje een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook ontbrak objectieve landeninformatie en concrete aanwijzingen over problemen in Spanje. De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje en wees het beroep af.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden had gesteld die overdracht aan Spanje onredelijk maken. De stellingen over medische problemen werden niet onderbouwd met documenten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.