ECLI:NL:RBDHA:2025:11170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning gezinslid meerderjarige broer wegens ontbreken gezinsleven
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij hun broer, die verblijfsvergunning asiel heeft. De minister wees de aanvraag af omdat hij het gezinsleven tussen de meerderjarige broer en zijn zussen en broer niet aannam, conform de Vreemdelingencirculaire 2000, die gezinsleven tussen minderjarige broers en zussen vereist.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat geen gezinsleven bestaat tussen de meerderjarige broer en zijn broer en zussen, ondanks dat zij tot het vertrek van de broer samenwoonden. Ook is niet gebleken dat de broer zorgtaken had voor zijn broers en zussen.
Eisers voerden aan dat de belangenafweging onjuist was en dat het gezinsleven in het land van herkomst niet mogelijk is, maar de rechtbank volgt dit niet. De minister mocht het restrictieve toelatingsbeleid en economische belangen zwaar laten wegen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.