ECLI:NL:RBDHA:2025:11174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtsgeldige opzegging kredietrelatie door bank zonder zorgplichtschending
De zaak betreft de opzegging van een kredietrelatie tussen ING Bank en een ondernemer die een eenmanszaak drijft. ING had in april 2020 een kredietfaciliteit verstrekt, die in december 2020 werd opgezegd vanwege langdurige overstanden en onvoldoende omzet op de zakelijke rekeningen van de ondernemer.
De ondernemer voerde aan dat de opzegging onrechtmatig was en dat sprake was van overmacht door de COVID-19-pandemie en de weigering van de overheid om steun te verlenen. Ook stelde hij dat ING haar zorgplicht had geschonden en dat de BKR-registratie onrechtmatig was. Daarnaast vorderde hij schadevergoeding en terugbetaling van onrechtmatig gebruikte borgstellingskrediet.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging contractueel gerechtvaardigd was en dat het beroep op overmacht faalde omdat betalingsonmacht voor rekening van de ondernemer komt. ING had voldoende zorgvuldig gehandeld en geen zorgplicht geschonden. De BKR-registratie was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen. De vorderingen van de ondernemer in reconventie werden afgewezen. De vordering van ING tot betaling van € 25.000 plus wettelijke rente werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat ING de kredietfaciliteit rechtsgeldig heeft opgezegd en veroordeelt de ondernemer tot betaling van € 25.000 plus wettelijke rente, terwijl de tegenvorderingen worden afgewezen.