ECLI:NL:RBDHA:2025:11191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht in nareiszaak
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem over een nareisaanvraag. Volgens die uitspraak moest de minister binnen vier weken beslissen op de nareisaanvraag, maar dit is niet gebeurd. Eiseres startte daarom een nieuw beroep bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van €194,- niet tijdig heeft betaald. De rechtbank had eiseres op 18 april 2025 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Eiseres heeft geen geldige reden gegeven voor de late betaling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het griffierecht uiteindelijk wel is betaald, maar te laat, zal dit bedrag aan eiseres worden terugbetaald. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.