ECLI:NL:RBDHA:2025:11191

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
NL25.17520
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht in nareiszaak

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Arnhem over een nareisaanvraag. Volgens die uitspraak moest de minister binnen vier weken beslissen op de nareisaanvraag, maar dit is niet gebeurd. Eiseres startte daarom een nieuw beroep bij de rechtbank Den Haag.

De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van €194,- niet tijdig heeft betaald. De rechtbank had eiseres op 18 april 2025 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Eiseres heeft geen geldige reden gegeven voor de late betaling.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het griffierecht uiteindelijk wel is betaald, maar te laat, zal dit bedrag aan eiseres worden terugbetaald. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17520
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H. Hassan), en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 28 augustus 2024.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen vier weken moet beslissen op de nareisaanvraag van eiseres, indien de minister niet binnen die termijn gelegenheid tot herstel van verzuimen biedt. De minister heeft zich hieraan niet gehouden. Eiseres stelt daarom nu beroep in.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiseres niets kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 18 april 2025 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres het griffierecht niet of niet tijdig betaalt.
1. Zaaknummer NL24.30036.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiseres heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).
7. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.
8. Omdat eiseres het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 juni 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.