Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
nheeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen [de aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door een of meerdere keren met
eenhard voorwerp op het hoofd van die [de aangever] te slaan en die [de aangever] naar de grond te werken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
de rechtbank begrijpt: 4 maart 2025). Daaruit volgt – kort samengevat – dat het recidiverisico wordt ingeschat op laag gemiddeld tot middelmatig. Bij de verdachte is sprake van een achterblijvende sociaal-emotionele ontwikkeling en een enigszins achterblijvende morele en cognitieve ontwikkeling. Daarbij heeft verdachte een zelfbeschermende en enigszins een impulsieve grondhouding. Hierdoor is hij beperkt in zijn probleembesef, (zelf)reflecterend vermogen en inlevingsvermogen. Ook is hij enigszins onderontwikkeld in zijn (interpersoonlijke) conflicthanteringsvaardigheden, probleemoplossende vermogens, impulscontrole, gedragsremmingen, zelfsturing en zelfregulatie. Hierdoor overziet de verdachte de consequenties van zijn eigen handelen minder goed, heeft hij moeite zich te verplaatsen in anderen en is hij vatbaar, om bij hoog oplopende stress en zodra hij zich ongelijkwaardig behandeld voelt door een ander, geweld en/of agressie in te zetten als oplossingsstrategie. Dit heeft ook invloed gehad op de gedragskeuzes en gedragingen die de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde heeft gemaakt. Gelet daarop wordt geadviseerd om het ten laste gelegde feit, indien bewezen, in enigszins verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Geadviseerd wordt om een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met bijzondere voorwaarden en daarnaast de leerstraf TACt Regulier. Om de verdachte te stimuleren in zijn persoonlijke ontwikkeling en het recidiverisico terug te brengen tot een aanvaardbaar risico, wordt onder andere toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering en herstelbemiddeling met het slachtoffer als bijzondere voorwaarden geadviseerd.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
150 (HONDERDVIJFTIG) DAGEN;
104 (HONDERDVIER) DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij de hierbij op
2 (TWEE) jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
35 (VIJFENDERTIG) UREN;
17 (ZEVENTIEN) DAGEN;
taakstraf, bestaande uit een
leerstraf, zijnde het volgen van een leerproject, te weten TACt Regulier, voor de duur van
35 (VIJFENDERTIG) UREN;
17 (ZEVENTIEN) DAGEN;