ECLI:NL:RBDHA:2025:11203
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening ministerieel besluit afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 17 maart 2025. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld omdat de verzoeker het vereiste griffierecht van €194,- niet heeft betaald.
De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 2 mei 2025 aangetekend verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Verzoeker had eerder een verzoek om vrijstelling van griffierecht ingediend, dat op 29 april 2025 is afgewezen. De uiterste betaaldatum was 21 mei 2025, maar betaling bleef uit zonder geldige reden.
Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is betaling van griffierecht verplicht voor behandeling van een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een geldige reden voor niet-betaling. Dit was hier niet het geval. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf op 24 juni 2025 te Utrecht en is niet vatbaar voor hoger beroep of andere rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.