Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel familie en gezin. De minister heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waarna eiser beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom gegrond verklaard. De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van twee weken op om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Ook moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden, inclusief het griffierecht en een vergoeding van € 453,50 wegens inschakeling van juridische hulp.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.C. van de Mortel op 18 juni 2025. De minister wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog te beslissen op het bezwaar.