ECLI:NL:RBDHA:2025:1123
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland ongegrond verklaard
Opposant, met Angolese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit buiten zitting ongegrond omdat geen sprake was van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Duitsland.
Opposant voerde in verzet aan dat onjuiste persoonsgegevens werden gehanteerd, dat hij Congolese nationaliteit heeft, minderjarig is en dat Nederland daarom verantwoordelijk zou moeten zijn. Tevens stelde hij dat nader onderzoek naar indirect refoulement noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren om twijfel te doen ontstaan over de eerdere uitspraak.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat binnen de Dublinprocedure geen ruimte is voor toetsing van indirect refoulement. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland wordt ongegrond verklaard.