ECLI:NL:RBDHA:2025:11233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Ethiopische academicus wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico
Eiser, een Ethiopische academicus van Amhaarse afkomst, diende een asielaanvraag in na vermeende politieke vervolging en bedreigingen in Ethiopië. Hij stelde dat hij werd achtervolgd door veiligheidsdiensten, een moordaanslag overleefde en dat zijn gezin werd bedreigd. De minister achtte echter alleen zijn identiteit en detentie vanwege de etniciteit van zijn vader geloofwaardig, terwijl de politieke activiteiten en bedreigingen ongeloofwaardig werden bevonden vanwege tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan concrete onderbouwing.
De rechtbank bevestigde dat de minister terecht oordeelde dat eiser zijn asielaanvraag niet spoedig had ingediend en dat zijn relaas over politieke vervolging onvoldoende aannemelijk was. Ook de detentie vanwege etniciteit werd niet als grond voor gegronde vrees gezien, mede omdat eiser daarna geen problemen meer ondervond. De rechtbank overwoog dat de veiligheidssituatie in Tigray sinds het staakt-het-vuren is verbeterd en dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden had aangetoond die een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer rechtvaardigen.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.