ECLI:NL:RBDHA:2025:11234

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
C/09/678368 / FA RK 25-182
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vader belast met eenhoofdig gezag na overlijden moeder met ondertoezichtstelling

Na het overlijden van de moeder van de minderjarige is er een gezagsvacuüm ontstaan. De minderjarige verloor in korte tijd veel stabiliteit door het overlijden, een verhuizing, het niet meer samenwonen met zijn halfbroer en een schoolwissel. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de vader met het gezag te belasten.

De rechtbank stelde vast dat ondanks zorgen over de opvoedsituatie bij de vader, het contact liefdevol is en de vader zich inspant voor een goede opvoeding. De vader wenst het gezag te verkrijgen. De rechtbank acht het in het belang van het kind dat de vader het gezag krijgt.

Tegelijkertijd is de minderjarige onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling om de zorgen te ondervangen. De rechtbank wijzigde een eerdere beschikking en verklaarde de gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd mondeling gedaan op 1 mei 2025 en schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De vader wordt belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige en er wordt een ondertoezichtstelling uitgesproken.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-182
Zaaknummer: C/09/678368

Gezag

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak

gedaan op de – met gesloten deuren gehouden – zitting van 1 mei 2025 van het op
9 januari 2025 ingediende verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,

de Raad.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
en

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

de gecertificeerde instelling.
Zitting heeft mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier.
Op de zitting van deze rechtbank zijn zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] (zaak- en rekestnummer C/09/678402 / JE RK 25-37)
gecombineerd behandeld. Op het verzoek tot ondertoezichtstelling is afzonderlijk mondeling beslist.
Verschenen zijn:
  • [naam 1] namens de Raad;
  • de vader met als tolk H. Abdulla;
  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de zitting is besproken.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan
.Deze luidt als volgt.

De gronden van de beslissing

De Raad verzoekt de vader te belasten met het gezag over [minderjarige] .
De vader en de gecertificeerde instelling hebben geen verweer gevoerd tegen het verzoek.
De rechtbank stelt de volgende feiten vast:
  • Uit [de moeder] (de moeder) is geboren:
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] .
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • Op 12 mei 2024 is de moeder overleden.
  • De moeder was belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
  • [minderjarige] woont sinds het overlijden van de moeder bij de vader.
  • Bij beschikking van 10 oktober 2024 van de kinderrechter in deze rechtbank is de gecertificeerde instelling als spoedvoorziening belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] van 10 oktober 2024 tot 24 oktober 2024.
  • Bij beschikking van 22 oktober 2024 van de kinderrechter in deze rechtbank is de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] .
De Raad heeft de volgende redenen ten grondslag aan zijn verzoek gelegd. Met het overlijden van de moeder is er een gezagsvacuüm ontstaan. [minderjarige] is in een korte tijd veel vastigheid in zijn leven kwijtgeraakt, doordat zijn moeder kwam te overlijden, hij verhuisde, hij niet meer samen kon wonen met zijn halfbroer (die een deel van de zorg over hem droeg) en hij moest wisselen van school. Hoewel de Raad zorgen heeft over de opvoedsituatie bij de vader, acht de Raad het in het belang van [minderjarige] dat zijn vader met het gezag over hem wordt belast. Het contact tussen [minderjarige] en zijn vader oogt liefdevol en de vader doet zijn best om de opvoeding van [minderjarige] naar zijn vermogen zo goed mogelijk vorm te geven.
De vader heeft aangegeven dat hij graag met het gezag over [minderjarige] wil worden belast.
De rechtbank wijst het verzoek van de Raad om de vader met het gezag over [minderjarige] te belasten toe. De situatie die de Raad in het verzoek schetst wordt bevestigd door de stukken en dat wat op de zitting is besproken. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat de vader met het gezag over hem wordt belast. Aan de zorgen die de Raad heeft wordt tegemoet gekomen, omdat tegelijkertijd met deze (mondelinge) beslissing [minderjarige] onder toezicht is gesteld van de gecertificeerde instelling.
De rechtbank beslist daarom als volgt.

De beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
22 oktober 2024 –:
bepaalt dat voortaan aan de vader, [de vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1969 in [geboorteplaats 2] , Uganda, het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] ,
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 15 mei 2025.
Waarvan proces-verbaal.