ECLI:NL:RBDHA:2025:11252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.M. de Groes
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke intrekking omgevingsvergunning voor grootschalige evenementen en inrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer heeft een omgevingsvergunning verleend voor het houden van grootschalige evenementen en het oprichten en in werking hebben van een inrichting. Deze vergunning is niet binnen drie jaar na verlening gebruikt, waarna het college overging tot gedeeltelijke intrekking.
Eiser betoogde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat er sprake was van omstandigheden die het niet gebruiken van de vergunning rechtvaardigden, zoals renovatieplannen en gesprekken met de gemeente. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de vergunning op korte termijn zou worden gebruikt.
De rechtbank benadrukte dat het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt waarbij het algemene belang om ongebruikte vergunningen te voorkomen zwaarder woog dan het belang van eiser. Tevens is het feit dat onder het nieuwe recht geen vergunningplicht meer geldt voor deze activiteit relevant.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning.