ECLI:NL:RBDHA:2025:11257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghanistan wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico terugkeer
Eiser, een Afghaanse jongvolwassene, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, aangevraagd in september 2023. Hij stelde dat de Taliban herhaaldelijk zijn gezin bezocht om zijn broers op te sporen, die voor het vorige regime werkten en verdwenen zijn. De minister wees de aanvraag af vanwege ongeloofwaardigheid van het verhaal en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat eiser inconsistent en niet aannemelijk had verklaard over de tijdsduur en aard van de Talibanbezoeken. Zijn verklaringen over de interesse van de Taliban in hem waren onvoldoende onderbouwd, mede omdat de werkzaamheden van zijn vader en broers geen directe gevolgen voor hem leken te hebben. Ook het verblijf in West-Europa bood geen grond voor een verhoogd risico bij terugkeer.
De rechtbank volgde de minister in zijn beoordeling en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen verblijfsvergunning en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.E.A. Braeken op 16 april 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd.