ECLI:NL:RBDHA:2025:11299
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunningen en terugkeerbesluit
Verzoekers, allen van Bengalese nationaliteit, zagen hun verblijfsvergunningen ingetrokken door de minister van Asiel en Migratie op 16 februari 2024, waarbij tevens een terugkeerbesluit werd opgelegd. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar de minister bleef bij zijn standpunt in het bestreden besluit van 30 januari 2025.
Verzoekers stelden beroep in tegen het bestreden besluit en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 juni 2025 samen met een gerelateerde zaak (AWB 25/4716) en sloot het onderzoek op die zitting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep in de gerelateerde zaak niet-ontvankelijk was verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van verblijfsvergunningen en het terugkeerbesluit is afgewezen.