Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 11 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie aan hem is opgelegd. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de gedwongen uitzetting, mede omdat de geplande uitzetting pas op 7 juli 2025 staat gepland ondanks bevestiging van zijn nationaliteit door de Algerijnse diplomatieke vertegenwoordiging.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en toetst of het voortduren sinds 16 april 2025 rechtmatig is. Uit het voortgangsrapport blijkt dat eiser op 3 juni 2025 persoonlijk is gepresenteerd bij de Algerijnse diplomatieke vertegenwoordiging, die mondeling zijn nationaliteit bevestigde en bereidheid toonde een laissez-passer af te geven. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend handelt, mede omdat de daadwerkelijke laissez-passer pas kort voor de geboekte vlucht wordt afgegeven en een informatieverplichting van vijftien werkdagen geldt.
Daarnaast is eiser geïnformeerd over de mogelijkheid om eerder met de Internationale Organisatie voor Migratie te vertrekken, wat niet aan dezelfde informatieverplichting is gebonden. De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.