ECLI:NL:RBDHA:2025:11311
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak tijdelijke bescherming vreemdelingen
Verzoekers hebben op 7 augustus 2023 een verzoek tot tijdelijke bescherming ingediend op grond van Richtlijn 2001/55/EG. De minister heeft dit verzoek op diezelfde dag afgewezen, waarna verzoekers bezwaar hebben gemaakt. Op 16 februari 2024 verklaarde de minister het bezwaar ongegrond. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank onder zaaknummer NL24.11519.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd ingediend om de afwijzing van tijdelijke bescherming te schorsen gedurende het beroep. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 12 juni 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoekers en hun gemachtigde niet verschenen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.