Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische vreemdeling, werd op 10 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld, tevens als verzoek om schadevergoeding vanwege vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De maatregel werd op 27 januari 2025 opgeheven, waarna de rechtbank zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Eiser stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de overdracht, waardoor hij onnodig 11 dagen in bewaring verbleef. De rechtbank stelde vast dat op de dag van oplegging al een vlucht was aangevraagd en dat de overheid binnen redelijke termijn de noodzakelijke voorbereidingen trof, zoals het regelen van escorts en een fit-to-fly-keuring.
Daarnaast stelde eiser een zorgvuldigheidsgebrek aan de orde omdat medische gegevens niet met de Kroatische autoriteiten waren gedeeld, ondanks een eerder ondertekend toestemmingsformulier. De rechtbank oordeelde dat dit geen rechtmatigheidsvraag betrof en dat de overheid voldoende zorgvuldigheid betrachtte met medische escort en keuring.
De ambtshalve toetsing leidde tot het oordeel dat de bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.