ECLI:NL:RBDHA:2025:11346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2025 behandeld waarbij eiser met videoverbinding en bijstand van zijn gemachtigde aanwezig was.
Eiser stelde dat de minister onterecht geen lichter middel heeft toegepast, omdat hij bereid is mee te werken aan zijn terugkeer en tijdens de voorbereiding bij zijn vriendin wil verblijven. De rechtbank oordeelt echter dat deze verklaringen onvoldoende gewicht hebben gelet op het verleden van eiser, het onttrekkingsrisico en het ontbreken van een origineel paspoort. Ook het feit dat eiser zich in het verleden niet aan terugkeerbesluiten hield en zich aan toezicht onttrok, weegt zwaar.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft gekozen voor de maatregel van bewaring en dat de rechtmatigheidsvoorwaarden zijn vervuld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.