ECLI:NL:RBDHA:2025:11358
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verstreken overdrachtstermijn Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 januari 2025 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 1 april 2025 behandeld en het onderzoek geschorst voor aanvullende medische informatie.
Na ontvangst van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering en het sluiten van het onderzoek op 5 juni 2025, heeft de rechtbank vastgesteld dat de overdrachtstermijn zoals bedoeld in artikel 29, eerste en tweede lid, van de Dublinverordening op 3 juni 2025 is verstreken. Dit betekent dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend aan eiser vanwege samenhang met de zaak van zijn echtgenote.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter mr. J.L. Roubos en griffier mr. L. Meijer. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt vernietigd.