Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[…], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 december 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde toen dat zij rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek op 23 december 2024. In deze procedure stond alleen de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel na die datum centraal.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de Marokkaanse autoriteiten nog niet op de laissez-passeraanvraag hadden gereageerd en de minister onvoldoende voortvarend zou handelen. De rechtbank oordeelde echter dat het ontbreken van een reactie binnen twee maanden geen reden is om het zicht op uitzetting te ontkennen. Bovendien bleek uit de voortgangsrapportage dat de minister tweemaal rappels heeft gestuurd, vertrekgesprekken heeft gevoerd en een kopie van het paspoort heeft verzonden.
De rechtbank vond dat de minister terecht geen lichter middel dan bewaring heeft toegepast en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.