ECLI:NL:RBDHA:2025:11412
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stellen asielaanvraag en opleggen inreisverbod
Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag buiten behandeling te stellen en een inreisverbod van twee jaar op te leggen. De rechtbank behandelde het beroep en de voorlopige voorziening op 27 juni 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod is opgelegd en dat hij niet voldoende gelegenheid heeft gekregen om persoonlijke of humanitaire omstandigheden aan te voeren. De rechtbank constateert echter dat eiser geen gronden heeft aangevoerd tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag en dat de minister het onttrekkingsrisico voldoende heeft gemotiveerd.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn omstandigheden naar voren te brengen, zowel tijdens het gehoor waarvoor hij niet is verschenen als in de zienswijze waarop de minister heeft gereageerd. Daarom is het besluit tot oplegging van het tweejarige inreisverbod terecht genomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.