Uitspraak
(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM die was gebaseerd op een hogere handelsinkoopwaarde en historische nieuwprijs dan door haar was opgegeven. De rechtbank heeft vastgesteld dat de aanslag binnen de wettelijke termijn is opgelegd en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt.
De rechtbank concludeert dat de taxatiewaarde van de auto, gebaseerd op de Xray-koerslijst, niet betrouwbaar is vanwege de wijze van waardering van opties en dat het eigen aankoopbedrag van € 45.000 aannemelijk is als handelsinkoopwaarde. Verweerder heeft een hogere waarde van € 57.580 gesteld, welke door de rechtbank wordt aanvaard.
De naheffingsaanslag is derhalve niet te hoog vastgesteld. Daarnaast is de redelijke termijn voor de bezwaarprocedure met ruim vijf maanden overschreden, waardoor eiseres recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 500. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot proceskostenvergoeding van € 227.
De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Arts op 26 juni 2025 en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is terecht vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard, met een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.