ECLI:NL:RBDHA:2025:11420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 4 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij eerder in Zwitserland een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Nederland verzocht Zwitserland om zijn terugname op basis van de Dublinverordening, wat werd geaccepteerd. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat hij in Zwitserland een document had ondertekend waarmee hij afstand deed van leefgeld en medische zorg, wat zou wijzen op onvoldoende zorg door Zwitserland. De rechtbank oordeelde dat eiser dit niet had onderbouwd en dat het document pas werd ondertekend nadat zijn procedure was afgerond en hij niet langer asielzoeker was.
De rechtbank bevestigde dat verweerder mocht uitgaan van het vermoeden dat Zwitserland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank wees het beroep af en liet het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.