ECLI:NL:RBDHA:2025:11422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag BPM en bezwaar tegen toepassing forfaitaire tabel
Eiser deed aangifte BPM voor een Ford Kuga, waarbij hij uitging van een handelsinkoopwaarde van €6.000 en een verschuldigde BPM van €2.376. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag van €7.591 op, gebaseerd op de forfaitaire tabel. Eiser betwistte deze aanslag en voerde aan dat de uitspraak op bezwaar mogelijk onbevoegd was gedaan en dat de forfaitaire tabel onjuist was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar door verschillende personen waren gedaan, zodat geen schending van artikel 10:3 Awb Pro was. De door eiser overgelegde expertise met een koerslijstwaarde van een ex-rental was niet bruikbaar voor de waardebepaling, omdat de auto een leaseverleden had en geen huurverleden. Ook de door eiser overgelegde koerslijst van een non-rental was niet geschikt vanwege verschillen in CO2-uitstoot, vermogen en opties.
De rechtbank concludeerde dat de forfaitaire tabel terecht was toegepast en dat eiser niet had voldaan aan zijn bewijslast om een lagere waarde aan te tonen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens vermeende termijnoverschrijding werd afgewezen, aangezien de procedure binnen redelijke termijn was afgerond.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.