ECLI:NL:RBDHA:2025:1144
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar in Rwanda
Eiseres, een Rwandese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op grond van haar werkzaamheden voor een activistische journalist in Rwanda, waar zij vreest voor vervolging. Zij werkte kort in 2020 als receptionist en maakte rapporten van interviews. De journalist werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. Eiseres vertrok pas anderhalf jaar na diens arrestatie uit Rwanda, nadat zij slachtoffer werd van mensenhandel in Oekraïne en uiteindelijk naar Nederland vluchtte.
Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen omdat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet veilig naar Rwanda kan terugkeren. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de vrees voor vervolging niet aannemelijk is, mede omdat eiseres legaal Rwanda heeft verlaten en geen bewijs is geleverd dat zij eerder niet kon vertrekken.
De rechtbank stelt dat de beperkte werkzaamheden van eiseres niet leiden tot een verhoogd vervolgingsrisico, en dat de overgelegde oproepen van het openbaar ministerie onvoldoende bewijs vormen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland binnen vier weken verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland binnen vier weken verlaten.