ECLI:NL:RBDHA:2025:11479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Gambia
De rechtbank Den Haag heeft op 24 juni 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was op 3 maart 2025 opgelegd en duurde voort. Eiser betoogde dat het zicht op uitzetting naar Gambia ontbrak, dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde en dat een lichter middel toegepast had moeten worden vanwege zijn medische klachten en het ontbreken van onttrekkingsgevaar.
De rechtbank overwoog dat het zicht op uitzetting wel aanwezig is, mede omdat een recente laissez passer-aanvraag bij de Gambiaanse autoriteiten in behandeling is en eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting. Verder concludeerde de rechtbank dat de overheid voldoende voortvarend heeft gehandeld door regelmatig vertrekgesprekken te voeren en rappelleren bij de autoriteiten. Ten aanzien van het lichter middel oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had gegeven en dat het risico op onttrekking niet was weggenomen.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.