ECLI:NL:RBDHA:2025:11565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag uitstel van vertrek wegens onvolledige toestemmingsverklaringen
De rechtbank Den Haag heeft op 3 juni 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de buitenbehandelingstelling van zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister had de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat essentiële toestemmingsverklaringen niet volledig waren ingevuld, ondanks herhaalde verzoeken tot aanvulling.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie ernstig is en dat de noodzakelijke zorg in Bosnië ontoereikend is, maar erkende dat in deze procedure de vraag centraal staat of de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld. De rechtbank stelde vast dat eiser niet de benodigde handtekening op punt 2 van de toestemmingsverklaringen had geplaatst, waardoor de gegevens onvoldoende waren voor beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat de minister eiser voldoende gelegenheid had geboden om de ontbrekende gegevens aan te vullen, waaronder duidelijke brieven met uitleg en termijnen. Vertragingen in de procedure waren deels aan eiser zelf toe te rekenen. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar geen nieuwe gronden bevatte die tot een ander besluit konden leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de buitenbehandelingstelling en wees het griffierecht en proceskostenvergoeding af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft buiten behandeling.