Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Dienst Toeslagen
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit en de weigering van verweerder om compensatie toe te kennen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Verweerder had eerder besloten geen compensatie toe te kennen omdat uit onderzoek en advies van de Commissie van Wijzen bleek dat er geen sprake was van institutioneel vooringenomen handelen in de betreffende jaren. Eiser had in 2010 kinderopvangtoeslag aangevraagd, die later stopgezet werd, maar ontving nooit daadwerkelijk toeslag en er werd niets teruggevorderd.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de stopzetting onterecht was of dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook is geen sprake van een motiveringsgebrek in het besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt aangemerkt als een beroep tegen het genomen besluit en het latere beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van een vergoeding van €1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van de proceskosten. Het beroep wordt inhoudelijk ongegrond verklaard en het verzoek om compensatie wordt afgewezen omdat eiser geen schade heeft geleden door institutioneel vooringenomen handelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van compensatie wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.