ECLI:NL:RBDHA:2025:11690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 26 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Slowakije verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat hij bij overdracht aan Slowakije een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro vanwege bedreigingen door Iraanse autoriteiten en het ontbreken van effectieve bescherming in Slowakije. Hij onderbouwde dit met persoonlijke verklaringen en documenten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Slowakije zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in met concrete landeninformatie of bewijs aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
Ook erkende eiser dat hij in Slowakije geen hulp heeft gevraagd aan autoriteiten, en dat eerdere negatieve ervaringen in andere landen niet automatisch maken dat hulp vragen in Slowakije zinloos is. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.