Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [nummer ] , eiser, (gemachtigde: mr. D. Matadien),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 24 april 2025 opgehouden door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de ophouding onrechtmatig was omdat volgens hem artikel 50, tweede lid, van de Vw van toepassing had moeten zijn, aangezien zijn identiteit ten tijde van de ophouding nog niet zou zijn vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal van ophouding (M105) bleek dat eiser beschikte over een geldig Albanees paspoort, waardoor zijn identiteit onmiddellijk kon worden vastgesteld. Hoewel er een identiteitsonderzoek werd genoemd, deed dit niet af aan de rechtmatigheid van de ophouding op grond van lid 3.
Tijdens de ophouding werd nader onderzoek gedaan naar de verblijfsstatus van eiser, wat leidde tot een bevel tot onmiddellijke terugkeer naar Slowakije. De rechtbank concludeerde dat de ophouding terecht was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding op grond van artikel 50 lid 3 Vreemdelingenwet 2000 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.