ECLI:NL:RBDHA:2025:117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte tegemoetkoming faunaschade door ganzen aan zomergras
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om een tegemoetkoming toe te kennen voor schade aan zomergras veroorzaakt door grauwe ganzen. De schade was getaxeerd op €8.574,02, waarvan na aftrek van eigen risico €8.145,33 werd toegekend. Eiser betwistte de hoogte van de vergoeding en de gebruikte referentielocatie voor de taxatie.
De rechtbank oordeelt dat de taxatie zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met variabele factoren zoals vogelpopulatie en weersomstandigheden. De gebruikte referentielocatie is passend volgens de taxatierichtlijnen, waarbij het referentiepunt bij voorkeur op het schadeperceel ligt, ook als daar ganzen aanwezig zijn geweest. De door eiser aangevoerde argumenten en foto’s overtuigen niet van onzorgvuldigheid.
Daarnaast is een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. De rechtbank stelt dat beide zaken van eiser over faunaschade aan grasland in hoofdzaak hetzelfde onderwerp betreffen en dat reeds in een andere zaak een vergoeding is toegekend. Daarom komt eiser in deze zaak niet opnieuw voor vergoeding in aanmerking.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. de Winter op 10 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de tegemoetkoming faunaschade wordt ongegrond verklaard en een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt niet toegekend.