Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
2.De feiten
3.Het geschil
- € 5.033,- bruto als achterstallig salaris over periode I (9 augustus 2021 tot 30 mei 2022),
- de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het te laat betaalde salaris van € 15.970,96 bruto over periode II (30 mei 2022 tot 3 april 2023),
- de 15 dagen opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen in periode I,
- de buitengerechtelijke kosten en juridische kosten ten bedrage van € 2.057,50 excl. btw en
- de proceskosten.
4.De beoordeling
€ 135,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)