ECLI:NL:RBDHA:2025:11705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen, waarna tevens een terugkeerbesluit en een tienjarig inreisverbod zijn opgelegd.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat bij besluit van 7 september 2023 is afgewezen. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank constateert dat het beroepschrift geen gronden bevat waarop het beroep steunt. Ondanks verzoeken om alsnog gronden in te dienen, heeft eiser geen reactie gegeven. De gemachtigde van eiser heeft zich bovendien onttrokken. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en laat het bestreden besluit in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.