Eiser, een burger van de Unie uit Polen, heeft een aanvraag ingediend voor afgifte van een document duurzaam verblijf burgers van de Unie. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij vijf jaar onafgebroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven.
Eiser betwist de afwijzing en voert aan dat hij sinds november 2018 onafgebroken in Nederland verblijft, mede onderbouwd door een postadres bij een dagopvang en bevestiging van frequente aanwezigheid daar. Tevens stelt hij dat hij economisch actief was gedurende een periode waarin hij een ziektewetuitkering ontving, en dat hij in zijn levensonderhoud voorziet door het verzamelen van statiegeld en ondersteuning van maatschappelijke instanties.
De rechtbank oordeelt echter dat eiser geen vijf jaar onafgebroken legaal verblijf heeft gehad. Het arbeidsverleden is bevestigd en toont geen ononderbroken economische activiteit. Er is geen sprake van onvrijwillige werkloosheid en onvoldoende bewijs dat eiser over voldoende middelen beschikte als niet-economisch actieve onderdaan. De activiteiten zoals statiegeld verzamelen en ondersteuning vanuit dagopvang en stichting zijn onvoldoende.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars op 3 juli 2025 en is openbaar gemaakt.