Eiseres ontving sinds 2012 een bijstandsuitkering en bezit mede-eigendom van een woning in Turkije. Verweerder, de gemeente Leiden, legde haar in 2021 een verplichting op om deze woning binnen zes maanden te verkopen, gebaseerd op een taxatierapport dat de waarde op € 23.586,- stelde. Na bezwaar wijzigde verweerder dit in een verplichting om informatie te verstrekken over de inspanningen tot verkoop.
Eiseres voerde aan dat zij door een mondelinge echtscheidingsafspraak dacht geen aanspraak meer te hebben op de woning en dat verkoop praktisch onmogelijk is vanwege tegenwerking van haar ex-echtgenoot en gebrek aan financiële middelen. De rechtbank oordeelt dat de informatieplicht redelijk is, gezien het belang van het vermogen voor de bijstandsverlening.
De rechtbank overweegt verder dat de woningwaarde en het aandeel van eiseres binnen de vermogensvrijlatingsgrens vallen, waardoor zware verkoopinspanningen niet redelijk zijn. Ook is de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure vastgesteld, waarvoor verweerder een schadevergoeding van € 500,- moet betalen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.