Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: M. Lorier).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 december 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. Op 7 januari 2025 vond de zitting plaats waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een beëdigd tolk aanwezig was.
Eiser voerde aan voorafgaand aan het gehoor geen advocaat te hebben kunnen spreken en dat het gehoor zonder beëdigd tolk was gehouden, wat volgens hem leidde tot onjuistheden in de proces-verbalen. De rechtbank oordeelde dat eiser bij het gehoor had verklaard geen advocaat te wensen en dat er wel degelijk een beëdigd tolk aanwezig was die door eiser goed werd verstaan. De proces-verbalen werden op ambtseed opgemaakt.
De minister baseerde de maatregel op meerdere zware gronden, waaronder het gebruik van een vals Italiaans paspoort en het niet voldoende meewerken aan het vaststellen van identiteit. Eiser betwistte deze gronden, maar de rechtbank vond dat de minister deze voldoende had gemotiveerd en dat de gronden feitelijk juist waren. De rechtbank oordeelde ook dat een lichter middel niet volstond gezien het risico op onttrekking aan toezicht.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.