ECLI:NL:RBDHA:2025:11740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Eiser ontving vanaf 2 juni 2021 een Ziektewet-uitkering die per 16 september 2022 werd beëindigd na een eerstejaars beoordeling. Na een nieuwe ziekmelding per 3 november 2023 besloot verweerder de uitkering per 3 december 2023 te beëindigen, omdat eiser de geduide functies kan verrichten. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij door onder meer hernia, restklachten van een hersentumor en depressieve klachten meer beperkingen heeft dan erkend.
De rechtbank oordeelt dat de medische onderzoeken van de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat de verzekeringsarts b&b alle relevante medische informatie heeft betrokken. Er is geen verschil van inzicht tussen verzekeringsarts en behandelend sector dat een deskundige benoeming rechtvaardigt. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn consistent met eerdere beoordelingen en houden rekening met de rugklachten, medicatie en psychische klachten.
De rechtbank volgt de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 februari 2025, waarin de beëindiging van de ZW-uitkering per 16 september 2022 werd bevestigd en geen aanleiding werd gezien voor aanvullende beperkingen. De geduide functies zijn passend binnen de belastbaarheid van eiser. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering per 3 december 2023 wordt ongegrond verklaard.