ECLI:NL:RBDHA:2025:1175
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bodemuitspraak
Verzoekster heeft tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld nadat haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 15 mei 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 juni 2024 samen met een gerelateerde zaak. Na de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL24.21602) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
De voorzieningenrechter veroordeelde de minister wel tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten.