ECLI:NL:RBDHA:2025:1176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en constateert dat de minister het besluit voldoende heeft gemotiveerd. Eiser heeft slechts een enkele, niet onderbouwde beroepsgrond ingediend, waarin hij stelt dat de asielaanvraag ten onrechte niet in behandeling is genomen.
De rechtbank oordeelt dat Oostenrijk terecht verantwoordelijk wordt gehouden en dat de minister geen aanleiding had om de aanvraag zelf in behandeling te nemen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt op 31 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.