Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
equality of arms’ en bovendien een aantasting van het recht op een eerlijk proces.
uitsluitendworden toegeschreven aan het gewapend conflict en ligt het niet in de rede om het totaal aantal ontheemden als directe indicatie te zien voor het bestaan van het meest uitzonderlijke niveau van uitzonderlijk geweld. Uit het arrest Sufi en Elmi van het EHRM volgt echter dat wanneer erbarmelijke humanitaire omstandigheden
voornamelijkte wijten zijn aan directe en indirecte acties van de partijen bij een conflict, moet worden beoordeeld of een vreemdeling bij terugkeer in staat zal zijn ‘
to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter,’en moet in ogenschouw worden genomen
‘his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within a reasonable time-frame’. In de landeninformatie die door eiser is aangehaald zijn aanknopingspunten te vinden voor de conclusie dat de huidige slechte humanitaire situatie in Jemen grotendeels is veroorzaakt door het jarenlange conflict, dat de situatie verslechtert, en dat een en ander mede een direct gevolg is van het handelen van de strijdende partijen. Verweerder heeft in het bestreden besluit ten onrechte niet beoordeeld of is voldaan aan het criterium uit Sufi en Elmi om te voorkomen dat eiser bij terugkeer zal worden blootgesteld aan omstandigheden die in strijd zijn met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn. Ook met de aanvullende motivering ter zitting heeft verweerder niet gemotiveerd in welke mate de strijdende partijen invloed hebben op de humanitaire noodsituatie. De rechtbank verwijst ook naar haar uitspraak van 15 januari 2025. [3]
Beslissing
www.rechtspraak.nl.