ECLI:NL:RBDHA:2025:11765

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
NL25.26895
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvangen verklaring

Op 17 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op 3 juli 2025 zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.26894), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af.

Daarnaast werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open. De beslissing is genomen op basis van artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 30 lid 1 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26895

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M.M. Heilbron),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker in de algemene asielprocedure niet in behandeling genomen. [1]
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26894, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 3 juli 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).