Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 18 juni 2025;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van de Staat.
Rechtbank Den Haag
Eiser, gedetineerd en veroordeeld voor medeplegen en gewoontewitwassen, vordert verwijdering van zijn vermelding op de GVM-lijst. De selectiefunctionaris had zijn status van 'hoog' naar 'verhoogd' verlaagd, maar handhaafde zijn plaatsing op de lijst vanwege risico's op ontvluchting en voortgezet crimineel handelen vanuit detentie.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de beslissing tot handhaving van de GVM-status in redelijkheid is genomen, mede gebaseerd op een actueel GRIP-rapport met concrete aanwijzingen over de rol van eiser binnen een criminele organisatie en zijn vluchtmogelijkheden. Hoewel het gedrag van eiser positief wordt beoordeeld, blijft het risico aanwezig.
De rechter stelt dat de beoordeling terughoudend moet zijn en dat tegen de opgelegde maatregelen afzonderlijk beroep openstaat bij de RSJ. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige screening van contactpersonen, zoals de echtgenote van eiser, en het belang van het handhaven van veiligheid binnen de inrichting.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de GVM-lijst wordt afgewezen en de GVM-status blijft gehandhaafd op niveau 'verhoogd'.