Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: M. Lorier).
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, is op 27 december 2024 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de minister niet voldeed aan de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit omdat hij niet schriftelijk in een begrijpelijke taal werd geïnformeerd over de gronden van bewaring en zijn rechtsmiddelen. De rechtbank constateerde inderdaad een gebrek in de schriftelijke informatievoorziening, maar oordeelde dat dit gebrek niet ernstig genoeg was om de bewaring onrechtmatig te verklaren, mede omdat eiser voorafgaand aan de maatregel in aanwezigheid van een tolk mondeling werd geïnformeerd.
De minister motiveerde de bewaring met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser voerde aan dat een lichter middel passend zou zijn omdat hij zicht heeft op werk in Spanje en de strafzaak in Nederland wil bijwonen. De rechtbank stelde vast dat de minister de lichte grond betreffende strafrechtelijke verdenking niet langer handhaafde, maar de overige gronden onbetwist en voldoende waren. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen lichter middel toepaste vanwege het risico dat eiser naar Spanje zou vertrekken in plaats van naar Polen, zijn land van herkomst.
Verder wees de rechtbank het argument af dat eiser niet uitgezet kon worden vanwege zijn wens de strafzaak in Nederland bij te wonen. De minister had het Openbaar Ministerie geraadpleegd en er was geen bezwaar tegen uitzetting. Eiser kan vanuit Polen toestemming vragen om de strafzaak bij te wonen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.