Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] e.a., uit [woonplaats 1] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van Hillegom
[derde-partij]uit [woonplaats 2] (vergunninghouder)
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Hillegom heeft verleend voor een uitweg op het perceel van vergunninghouder. De vergunning werd aangevraagd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de Wabo van toepassing blijft.
De kern van het geschil is of de vergunde uitweg als een tweede uitweg moet worden aangemerkt, wat op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Hillegom een weigeringsgrond kan zijn indien deze ten koste gaat van openbaar groen of parkeerplaatsen. Eisers stelden dat het perceel al via een andere uitweg ontsloten werd, namelijk een toegangsweg die over het perceel loopt en belast is met een recht van overpad.
De rechtbank oordeelt dat deze toegangsweg geen uitweg is in de zin van de APV, omdat deze hoofdzakelijk dient voor ontsluiting van een parkeerterreintje achter de woning van eisers en niet voor rijdend verkeer vanaf het perceel van vergunninghouder. De vergunde uitweg is daarmee de enige uitweg voor vergunninghouder. Ook is de aantasting van openbaar groen niet onaanvaardbaar gebleken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen reden om eisers te veroordelen in proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning voor de uitweg wordt ongegrond verklaard.