Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libische asielzoeker, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 2 juli 2025 en deed onmiddellijk uitspraak. Eiser overlegde diverse documenten ter onderbouwing van zijn identiteit, waaronder een paspoort, een Spaans visum en een verklaring van de Franse politie. Hoewel verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom de identiteit ongeloofwaardig zou zijn, werd dit gebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 van Pro de Awb.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in Libië een reëel risico loopt op ernstige schade, mede gelet op de situatie in Libië die wordt gekenmerkt door relatief lager niveau van willekeurig geweld. De stellingen van eiser over een oorlogssituatie vergelijkbaar met Syrië werden niet onderbouwd. Ook de persoonlijke omstandigheden en incidenten met milities werden niet voldoende aannemelijk gemaakt.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.814. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard ondanks een gebrek in de motivering over de identiteit.