ECLI:NL:RBDHA:2025:11834

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
NL25.14038
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin de asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd vroeg verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de afwijzing tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter overwoog dat op 2 juli 2025 de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het ingestelde beroep, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14038

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting [1] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van 2 juli 2025, zaaknummer NL25.14037, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
1.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 3 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.