ECLI:NL:RBDHA:2025:11835

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
NL25.14291
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951Protocol van New York van 1967
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van gegronde vrees voor vervolging in Oeganda

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de gestelde vrees voor vervolging in Oeganda aannemelijk is.

De rechtbank overweegt dat de problemen met de stiefbroer en corrupte ambtenaren zich voor het laatst in 2013 hebben voorgedaan. Verweerder stelt dat eiser in Denemarken en Duitsland heeft verbleven en daar asiel had kunnen aanvragen, wat de noodzaak van bescherming in Nederland vermindert. Eiser heeft dit onvoldoende onderbouwd. Ook het feit dat eiser meerdere keren legaal in en uit Oeganda is gereisd zonder problemen, weegt tegen zijn stelling in.

Daarnaast is het niet aannemelijk gemaakt dat eiser geen bescherming kan krijgen van de Oegandese overheid bij terugkeer. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14291
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De problemen die eiser had met zijn stiefbroer en de corrupte ambtenaren die werden aangestuurd door de stiefbroer zijn niet betwist. Echter hebben die problemen zich voor het laatst voorgedaan in 2013. Hierdoor stelt verweerder zich op het standpunt dat de gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer niet aannemelijk is. In dat kader heeft verweerder bij de afwijzing van eisers asielaanvraag een aantal argumenten gehanteerd. Daartegen zijn de beroepsgronden gericht. De rechtbank beoordeelt deze argumenten.
2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser in Denemarken en Duitsland heeft verbleven. Hij had dan ook daar asiel kunnen aanvragen. Dat eiser dat niet heeft gedaan doet afbreuk aan de gestelde noodzaak voor internationale bescherming. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit niet ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen. De door eiser aangevoerde argumenten zijn niet overtuigend. Eisers verblijf in Denemarken was geëindigd omdat de reden voor een verblijfsvergunning was geëindigd. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat eiser daardoor geen asiel kon aanvragen in Denemarken. Denemarken is namelijk ook aangesloten aan het Vluchtelingenverdrag. [1] Voordat eiser naar Nederland kwam verbleef eiser bovendien in Duitsland. Ook daar had eiser asiel kunnen aanvragen. Dat voor veel vreemdelingen Nederland mogelijkerwijze aantrekkelijker zou zijn dan Duitsland is niet onderbouwd en ook niet overtuigend. Verweerder heeft dit aan eiser kunnen tegenwerpen.
3. Voorts is aan eiser tegengeworpen dat hij meermaals legaal en zonder problemen is in- en uitgereisd in Oeganda, na de gebeurtenissen waar eiser zich op beroept. Eiser stelt zich daarover op het standpunt dat hij enorme voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Zo is hij ver van huis gebleven, heeft hij zijn uiterlijk aangepast en is hij veel binnen gebleven. Dit is echter allemaal niet onderbouwd. Bovendien staat het op een gespannen voet met eisers eigen verklaringen tijdens het aanmeldgehoor en het nader gehoor. Daar heeft eiser dit immers niet verklaard. Verweerder heeft dit terecht aan eiser tegengeworpen. Verder heeft eiser aangevoerd dat de problemen met zijn stiefbroer heel diep verankerd zitten en dat dit maakt dat, ook al is het lang geleden, de problemen er nog steeds zijn. Ook als eiser nu of later terugkeert naar Oeganda. Daarmee is echter nog niet verklaard hoe het komt dat eiser jaren na zijn vertrek een aantal keren weer is teruggekeerd naar Oeganda.
4. Vervolgens is een procedureel punt in geschil. Eiser stelt zich op het standpunt dat in het voornemen niets staat over de mogelijkheid om bescherming te vragen bij de Oegandese overheid. Daarover staat pas iets in het bestreden besluit. In het besluit mag echter worden gereageerd op de zienswijze. De zienswijze is daar immers over begonnen. De rechtbank ziet dan ook niet dat verweerder daarmee procedureel in de fout is gegaan.
5. Tot slot de kwestie van de corruptie. Eiser heeft algemene landeninformatie ingebracht over corruptie die zich voordoet in Oeganda. Het gaat hier om de feiten die zich hebben voorgedaan ten tijde van eisers problemen. Verweerder heeft het geweld en de bedreigingen door de stiefbroer aannemelijk geacht. Ook heeft verweerder aannemelijk geacht dat enkele corrupte ambtenaren door de stiefbroer werden aangestuurd. Maar daarmee is nog niet aannemelijk gemaakt dat als eiser terug zou keren naar Oeganda en hij onverhoopt problemen zou krijgen met zijn stiefbroer, dat hij dan toch geen hulp zou kunnen krijgen van de overheid. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij jaren na dato geen bescherming zou kunnen vragen aan de Oegandese overheid als hij daar behoefte aan heeft.
6. De asielaanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).