ECLI:NL:RBDHA:2025:11835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van gegronde vrees voor vervolging in Oeganda
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de gestelde vrees voor vervolging in Oeganda aannemelijk is.
De rechtbank overweegt dat de problemen met de stiefbroer en corrupte ambtenaren zich voor het laatst in 2013 hebben voorgedaan. Verweerder stelt dat eiser in Denemarken en Duitsland heeft verbleven en daar asiel had kunnen aanvragen, wat de noodzaak van bescherming in Nederland vermindert. Eiser heeft dit onvoldoende onderbouwd. Ook het feit dat eiser meerdere keren legaal in en uit Oeganda is gereisd zonder problemen, weegt tegen zijn stelling in.
Daarnaast is het niet aannemelijk gemaakt dat eiser geen bescherming kan krijgen van de Oegandese overheid bij terugkeer. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.